“Ja daar was het.” Hij vertraagde zijn pas. Keek goed om zich heen. Op zoek naar herkenningspunten. “Of was het die daar?” Even verderop boog de straat naar links. De huizen leken daar verderop iets naar elkaar toe te komen. Nee het was deze lantarenpaal waar hij nu ruim dertig jaar geleden tegenaan gelopen was.
“Kunt u mij vertellen hoe ik bij de Roerdompstraat kom?”
“Roer-domp-straat?…” “Ja hoor, hier doorlopen en dan tweede straat links en vandaar aan het einde rechts.” Hoeveel hij nog wist uit zijn oude buurt. “Zou die bakker er nog zijn”, dacht hij. “Daar waar ze die lekkere broodjes hadden”.
“Laten we een vuurtoren maken, de led’s laten knipperen op dezelfde frequentie als de vuurtoren van Scheveningen.” Ik ben bij de Haagse Makers, het platform voor de Maker Movement Den Haag. De Haagse Makers willen (nieuwe) makers bij elkaar brengen, kennis delen, ontmoetingen faciliteren en mooie en nieuwe dingen maken. Na mijn besluit om iets fysieks te maken ben ik van alles aan het uitproberen en daarin ontmoet ik nieuwe mensen. We gebruiken een Arduino, een open-source electronica platform. Een soort microcontroller die je kunt programmeren.
En zo beland ik weer ruim dertig jaar terug. Mijn kennis van elektronica blijkt nog verrassend actueel. Het blijkt dat ik ook wat kan uitleggen hoe sommige componenten werken. Andere leren mij het programmeren. Dat programmeren van zo’n Arduino is eenvoudiger dan ik had gedacht. Eerst één ledje laten knipperen, dan een aantal ledjes op een rij. Zolang ze een voor een knipperen is als nog simpel. Maar de vuurtoren heeft 2 lichtstralen. Eén na 6 seconde en één 2 seconde daarna. De ledjes in een cirkel. En als we dan 2 rondjes programmeren een van 6 en een van 2 seconden komen die na elkaar. Dat is nou net niet wat we willen zien. De rondjes in elkaar verweven kan niet, de microcontroller handelt alles na elkaar af. Twee ledjes tegelijk laten branden kan wel, maar dan moeten we ze per led aansturen en niet als rondje.
Het klinkt allemaal veel te ingewikkeld, dat valt wel mee als je het ziet werken. Van welke kant je ook kijkt de ledjes knipperen in het zelfde patroon.
Het is leuk dat je meer weet van een vroeger ambacht dan je dacht, en dat het allemaal ook weer bovenkomt. Maar nog leuker is dat je van nieuwe mensen dingen leert die je anders nooit was tegengekomen.
Hé, waar is die bakker? Dan maar een broodje thuis eten. Maar wat een leuke bloemist, dat soort bloemstukken heb ik nou nog nooit gezien. Wat leuk dat ik hier nu langs kwam.

De ontgoocheling, als het wakker worden na een feest waar je net even te veel gedronken hebt. Had ik maar… en had ik maar niet… Waar ging het mis en waarom. Waarom? Kan ik het nog wel en hoe nu verder…
De zege, als het gevoel dat je weet dat je er komt en je toch nog verrast als het er is.
“Please pay attention to the numbers, the results have to go to your manager within 15 minutes,” says a computerized voice from his desktop. “If the rain is bothering you, I can play some music. Close the window and rebook your cottage.” “What?” Dave still isn’t used to this new computer system, it knows too much.
Will it work? Will the computer be trusted enough by the other board members to get a real vote? The computer can access and evaluate far more data than any human being ever could do. Comparing all this data and calculating the most relevant answer is one step. To make the computers boardroom vote count, the other (human) board members should really understand how the computer came to its conclusion. In which way computers can convince humans? Partly, humans will trust computers more and more as their lives become depended on computer systems all along. Additionally, for the more complex and high risks decisions as in a boardroom, computer should be taught to present their results in a way that humans perceive their surroundings.
Onder dwang veranderen levert best wel resultaten op. Het artikel over de
Langzaam voelt hij de druppel van zijn gezicht glijden. De druppel vervolgt het spoor van zijn halsplooi. Wipt over zijn schouder heen en begint de lange tocht naar beneden. De rilling loopt over zijn rug en dat ondanks de hitte. Wat is het warm deze week. De hele dag zit hij al te zweten.
Er stevig ingaan, erkent de boosheid. Met net iets minder emoties dan de ander voelt het niet bedreigend, maar als begrip. Als die erkenning van de boosheid er eenmaal is, kun je iemand meenemen naar het ‘normale’ communicatie niveau. Hoewel dit heel gespeeld klinkt, is dat nou net niet de bedoeling. De emotie moet echt zijn. Je moet je eigen emoties toelaten en de ruimte geven, maar ook professioneel weten waar de grens is. Dat vergt oefening. Dan is het leuk dat het bij kinderen ook werkt. Thuis, in de veilige omgeving oefenen is veel makkelijker. Als je dan resultaten boekt, snijdt het mes aan twee kanten.
Parallelle lijnen lopen tot in het oneindige langs elkaar heen. Ze zullen elkaar nooit ontmoeten. Gelukkig is het in het leven zo dat je ervaring in het ene werkveld soms ook heel goed kan toepassen in een ander werkveld, al lijken sommige vakgebieden soms gescheiden door een Chinese muur.
Langzaam trekken de wolken weg. De regen klettert nog na van de daken en schuren. Het maanlicht valt over de donkere straat. Hijgend staat Jan in de nis onder een klein afdakje van leisteen. Pfff. net gered. In de verte ziet hij drie grote gestaltes uit het zicht verdwijnen. Ze hebben het opgegeven. Wie niet sterk is moet slim zijn. Survival of the fittest?
Ook bij plankton speelt er meer dan alleen de sterkste, zegt een wetenschapper in 





