“Zal ik je ei bakken”. Mijn zoon wil leren koken, de eerste stappen zijn gezet.
“Gaan jullie, maar wij passen wel op onszelf”. En zo gaan we lekker met z’n 2’en wandelen op de Scheveningse boulevard. Onze kinderen krijgen hun eigen inbreng in ons gezinsleven, ze groeien naar volwassenheid.
Met de werkgroep Visual Enterprise Architecture discussieerde we de afgelopen weken over de veranderde rol van de Informatie Technologie (IT) in de samenleving. Voorheen was de IT architect vooral een vertaler. Behoefte uit bedrijfsleven, overheid of zorg werden door IT architecten vertaald naar IT oplossingen. Het toenemende belang van IT voor veel organisaties, maakt dat veel meer mensen, in die organisaties, belang hechten aan goede IT. Zozeer zelfs dat sommige traditioneel gezien niet IT bedrijven, zichzelf als IT bedrijf laten voorstaan. IT is dus veel meer onderdeel van de organisaties en het speelveld waarin organisaties zich bevinden. Je zou kunnen zeggen dat de IT langzaam volwassen wordt. Naast de groter wordende inbreng binnen veel organisatie, zouden de IT architecten ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Dit is net als bij mijn gezin, waar we van de kinderen naast meer inbreng ook een stukje verantwoordelijkheid vragen.
Vanuit hun expertise kunnen IT architecten organisaties verrijken. Hierdoor zouden ze moeten stoppen met vertalen en bijdragen aan het totale beeld. Zie hiervoor ook mijn blog over het gemeenschappelijk beeld. Deze nieuwe vorm van IT architectuur willen we als werkgroep ook graag uitdragen op het Landelijk Architectuur Congres in november. Aansluiten op het thema van dit LAC: ‘van Ego naar Eco’, noemen we deze vorm ‘Eco architectuur’.
Elkaar begrijpen door middel van een gemeenschappelijke taal is voor Eco architectuur een vereiste. Visualisatie (beeldtaal) kan die rol van gemeenschappelijke taal vervullen.
De IT architectuur wordt ook langzaam volwassen
Familieberaad, ons gezinsleven is een stuk kleurrijker geworden met de inbreng van onze kinderen.


vereist. In mijn blog van vorige week hadden we een oplossing gevonden voor het probleem van Piet. “Piet is volwassen”. Dat lijkt heel eenduidig, maar in de context van andere landen en wetgevingen kan dat waar zijn of niet. En als Piet in de kroeg weer eens raar doet, dan krijgt de uitspraak “Piet is volwassen” een ironische lading. Als we nu context toevoegen, zoals Paul Oude Luttighuis heeft gedaan met
Wat hier vooral duidelijk wordt is dat computersystemen alleen kunnen functioneren binnen een van te voren bepaalde context. Het is te vergelijken met met dieren. Veel dieren kunnen alleen maar overleven binnen hun habitat (leefgebied). Zo is niet alleen jacht en vervuiling er verantwoordelijk voor dat vele soorten uitsterven, maar vooral ook het verminderen van het leefgebied. Denk maar aan de grootschalige
“Kun je een kat niet vegetarisch grootbrengen”.
Er is veel werk verricht om onze uitgesproken taal te vangen in logisch opgebouwde instructies. Bijvoorbeeld 

het ontluikend groen. De ontkiemde plantjes worden teder verzorgd en beschermd tegen de tocht.Heel wat anders dan de grote kniptang die we hebben gekocht voor het snoeien van de rozen en de hedera (klimop). Dat het onderhouden van een tuin ander gereedschap vergt dan de tere plantjes in de vensterbank zal iedereen begrijpen.
Ook in het artikel van Eric Ries gaat het over een innovatief proces, namelijk nieuwe product ontwikkeling. Zo heeft ieder soort activiteit zijn eigen aanpak nodig.
Neem een ergernis, een echte allergie. En dat is heel persoonlijk. Want dit gaat over jouw kwaliteiten, dus neem een eigen voorbeeld. Waar erger jij je nu zo aan? Bij mijn gladde verkoper was het feit dat hij alles veel mooier maakt dan de werkelijkheid. Het positief tegenovergestelde van je allergie is je kwaliteit. Bij mij was dat feitelijkheid. Zo presenteer ik graag de dingen liefst zo feitelijk mogelijk. Liefst nog een beetje minder mooi. Mijn Heineken baas zei mij een paar weken nadat hij mij had aangenomen: “Je kan veel meer dan je hebt gezegd”. Logisch toch? Niet volgens 

Geen discussie van vorige week, maar eind jaren ’70. Tijdens mijn studie had ik een zeefdrukkerij opgezet. Dit als reactie op mijn ergernis van de vele goedbedoelde affiche overladen met informatie, waarbij de boodschap mijns inziens verloren ging.